Het verhaal

 

De drie toneelstukken; Tafelmanieren, Woongenot, en In een groen groen groen groen… zoals de Nederlandse titels van Alan Ayckbourns trilogie luiden, laten ons de kleinburgerlijkheid zien van zes personages wanneer zij een weekend doorbrengen in het ouderlijk huis van drie van hen. We zien in de volgorde van de drie stukken wat er dat weekend gebeurt in de eetkamer, de zitkamer en in de tuin.

Het huis wordt bewoond door de onzichtbare, bedlegerige, maar tirannieke Moeder en haar vrijgezelle dochter Annet die voor haar zorgt.

Op zaterdagavond wanneer het spel begint arriveren Annie’s broer Rik en zijn vrouw Sarah om de verpleegkundige taken van Annet over te nemen , zodat zij een weekend weg kan. Rik heeft nergens over nagedacht, maar Sarah gaat er vanuit dat Annet een weekend gaat doorbrengen met Tom, de lokale dierenarts, die als een oude trui om Annet heen hangt, maar eigenlijk niet in staat is haar het hof te maken.

In feite heeft Annet het weekend in het fantastische Nieuw-Vennep gepland met Norman, haar zwager, een assistent-bibliothecaris met een nogal doelloze baard, die bereid is iedereen gelukkig te maken… Sarah, bazig, ongeduldig, bemoeizuchtig maar uiteindelijk erg kwetsbaar, praat Annet haar plannen uit het hoofd, maar is niet overtuigend genoeg om Annet te doen besluiten met Tom op pad te gaan.

Norman, die onverwacht opduikt om Annet op te halen, voelt zich buitenspel gezet en besluit actie te ondernemen en hier en daar wat schade aan te richten…

Ten slotte verschijnt onverwacht, ook Ruth, Norman’s vrouw (en de zus van Annet en Rik). Ze is een machtige, maar serieus-kortzichtige zakenvrouw die haar man betrapt met twee vrouwen die blijkbaar om hem vechten, maar ook zij wordt al snel verleid de nacht met hem door te brengen op een veel-misbruikt nep-bont kleed voor de open haard.

Het verhaal eindigt op maandagochtend.
Allen erkennen hun opportunisme voor wat het is…